Omdat dit de eerste blogpost in De Kleine Grote Wereld is, krijg je vandaag een super lange, vol foto’s en video’s. Om te beginnen een video van het eerste jaar van mijn natuurdagboek:

Tja. En toen was er Corona. Terwijl bijna iedereen een gat in de lucht springt nu de maatregelen versoepelen, moeten mensen in de risicogroep afstand blijven houden. Ik dus ook. Dat veranderde de koers die ik voor dit jaar had uitgestippeld even behoorlijk. Maar weet je? Ik heb een fijn huis, heb het gezellig met mijn gezin, heb schatten van huisdieren, een atelier vol spullen waar ik mezelf mee bezig kan houden en een bescheiden, maar heerlijk groene tuin waarin ik elke dag de wereld op mijn manier kan ontdekken. Want geloof me maar als ik zeg dat er in je eigen achtertuin of op je balkon een hele wereld te ontdekken valt.

Ik heb altijd gedacht dat ik best wat van de natuur wist. Als kind zat ik altijd met mijn neus tussen de planten in de tuin of in een dieren- of insectenencyclopedie. Maar een boek blijkt toch heel wat anders te zijn dan levende have in de praktijk. Ik heb in de eerste twee jaren dat ik een natuurdagboek bijhield dan ook spectaculaire ontdekkingen gedaan. Dat wil zeggen….spectaculair voor mij, want waar ik mezelf al op de voorpagina van een krant zag met een foto van mijn ontdekking in mijn eigen achtertuin, bleek ik dan slechts een inheemse soort te hebben ‘ontdekt’ die ik gewoon nooit eerder had gezien omdat ik nooit eerder ÉCHT goed had gekeken. Nou, dat doe ik tegenwoordig dus wel. En wat blijkt? Na twee jaar observeren en flink veel werk steken in het determineren van insecten (jeetje, wat kan dat moeilijk zijn!), wordt het werk bepaald niet minder. Hoe meer ik weet, hoe meer er uit te zoeken valt. Waarom ik deze moeite doe, deel ik in deze video:

Op deze weblog deel ik mijn ontdekkingsreis in mijn eigen tuin vanaf nu. Ik laat je zien wat ik in mijn natuurdagboek doe en ik probeer een beetje beeld te vormen van het web van het leven en welke plek de beestjes in mijn tuin en ik daar zelf in hebben. Graag nodig ik je uit om mee te kijken of zelfs mee te doen en jouw eigen ontdekkingen te delen. Wat is daarvoor een betere tijd dan de 1,5 meter samenleving? En het is nog hartstikke leuk ook! Heb je kinderen die je bezig wil houden? Stuur ze dan met een camera of smartphone de tuin in en laat ze een digitale verzameling van unieke beestjes aanleggen. Het kan je nog verbazen wat ze daar recht onder jouw neus allemaal vinden…

Maar hier begint dan mijn eigen reis:

Afgelopen zondag was zo’n dag waarop ik toevallig veel verschillende soorten in de tuin zag en wist te fotograferen. En aangezien het niet meevalt om al die soorten te determineren, was ik er daarna nog even mee zoet. Want het ene insect is letterlijk het andere niet en net als je denkt dat je het hebt gevonden, blijkt dat het ‘m niet is. Voor sommige insecten heb ik dan ook advies moeten vragen op het forum van waarneming.nl, waar mensen vertoeven waar ik van kan leren.

Iets anders wat ik doe om te leren, is tekenen. Dus voordat ik gisteren de dag-met-camera-in-de-tuin begon, tekende ik een bovenaanzicht van een zaaddoos van de Schijnpapaver (Lat. Meconopsis Cambrica). Deze zaaddozen hebben een prachtige structuur waarbij baleinen die boven de zaaddoos samenkomen als een staalconstructie vorm geven aan het geheel. De zijwanden rollen zich af om het zaad eruit te laten waaien als het rijp is. Ik vind het zó’n mooie zaaddoosconstructie dat ik het even móest tekenen. Niet alleen om het vast te leggen, maar door te tekenen, ga je dingen beter bekijken en soms, als je geluk hebt, beter begrijpen.

Meconopsis Cambrica
Schets van Schijnpapaver zaaddozen in mijn natuurdagboek. Grafietpotlood. Klik voor groter.

De schijnpapaverbloem lijkt op de klaproos, maar is geel in plaats van rood met zwart. Het is een frêle bloem, wat ze compenseert met haar geler dan gele kleur. Ze verscheen spontaan in de achtertuin dit jaar. Nu verzamel ik het zaad om haar volgend jaar verder uit te zaaien.

Toen ik klaar was met mijn mini tekening, zag ik dat de meeste regen van de planten afgewaaid was en het zonnetje voorzichtig tussen de jachtige wolken doorpiepte. Tijd voor een rondje tuin. Het zou een royale oogst aan beestjes voor mijn verzameling opleveren, te beginnen met deze pyjamazweefvlieg die op de geranium zat:

Hoverfly on geranium
Pyjamazweefvlieg op Geranium

Nu wil het toeval dat er in onze pruimenboom een puparium (mooi woord voor pop) op een blad geplakt zat van zo’n beestje en dat was nu weg. Was het weggewaaid of weggeregend met de zware buien van de afgelopen nacht? Of was het misschien uitgekomen en stond ik nu de eerste ervaring van een nieuwbakken zweefvlieg te zijn?

Zweefvlieg puparium - Hoverfly pupa
Pyjamazweefvlieg puparium

Het zou natuurlijk wel heel erg toevallig zijn dat ik nu net precies déze jonge vlieg dan vlak na het uitkomen heb gefotografeerd, maar hij of zij zat wel érg rustig op het blad en liet mijn camera tot bijna op zijn lijf komen. Ik vroeg me af of zo’n pas uitgekomen zweefvlieg misschien een beetje moet opdrogen voordat hij kan opstijgen. Dus voor de gelegenheid geloof ik maar gewoon dat ik deze zweefvlieg van pop af aan heb gevolgd…

Behalve zweefvliegen, zijn er ook zweefwespen. Ik had géén idee, totdat ik dit beestje tegenkwam en moest determineren. Dat was een heel gehannes, want bij de bladwesp en sluipwesp kwam ik er niet uit. En wat is er met die voorpoten aan de hand?

Grote zweefwesp - Slender bodied Digger Wasp
Grote Zweefwesp, mannetje

Van spinnen wist ik dat ze in de paartijd een soort ‘balletjes’ aan de voorste poten kunnen hebben. Van andere insecten wist ik dat niet. Maar deze verdikkingen brachten me op een identificatie, want het zijn geen ‘balletjes’, maar schilden die alleen het mannetje van de Grote zweefwesp heeft. Men vermoedt dat ze een rol spelen bij de paring. Het maakt deze soort in deze tijd van het jaar in elk geval heel herkenbaar. Tenminste, als je een mannetje treft.

Of dit een mannetje is, weet ik niet, maar wat ik wél heb geleerd, is dat er meer vliegensoorten in mijn tuin leven dan ik dacht. Dit is de Slankpootvlieg:

Slankpootvlieg - Long legged fly
Dolichopus ungulatus op pruimenblad

Het is stuitend, maar als je “vlieg” opzoekt in een zoekmachine, zijn de eerste heel veel hits vrijwel uitsluitend sites voor ongediertebestrijding. Alsof alles wat je niet kent en je er vies uit vindt zien, verdelgd moet worden. Vreselijk naar. Want normaal gesproken veroorzaken vliegen geen overlast. Dat gebeurt vooral wanneer een naburige boer zich niet netjes aan het mestbeleid houdt, je de groene kliko in de zomer niet op tijd leegt of je eigen huiskat het twee weken geleden een goed idee vond een dode rat onder je bank te verstoppen. Dan kunnen vliegen wel eens serieus overlast veroorzaken. Maar anders? Vliegen zijn vreselijk nuttige beestjes. En als je goed kijkt, vaak nog best mooi ook. Zo vond ik deze slankpootvlieg een esthetische verrassing, met zijn metallic lichaamsdelen. Best een mooi beestje.

En dan een beestje waarvan ik moet bekennen dat ik er maar heel weinig moois aan kan ontdekken. Waar Zuid-Europa het thuisland is van fantastisch mooie cicades, moeten wij het in Nederland stellen met deze. Gelukkig blijkt dat hij toch heel bijzonder is.

Cicade - planthopper
Cicade

Het is zo’n onooglijk diertje dat mijn camera er maar niet op wil scherpstellen. Vorige week trof ik er één op de achterdeur en die kreeg ik in een kwartier niet scherp. Ik krijg wel vaker insecten niet scherp. Als het erg waait, bijvoorbeeld, of als het beestje schrikt van mijn camera en beweegt. Maar met dit diertje is het anders. Ook als hij perfect stil zit op een prima achtergrond, wil het niet lukken. Het lijkt iets te zijn in de textuur, de tekening en de schutkleuren dat maakt dat dit diertje alsmaar in wazige pixels op de gevoelige plaat verschijnt. Best jammer. Ik geloof dat ik bij deze dan ook de nadrukkelijke wens heb ontwikkeld voor een macro lens, of micro zelfs. Maar ik zal het helaas nog even met mijn samsung telefooncamera moeten doen. Dus ondanks de imperfectie plaats ik hem hier toch maar.

Cicade - planthopper
Cicade

De cicade zit op de stam van de Prunus Nigra. Ze mogen dan niet heel erg knap zijn, maar wat bijzonder is aan deze insecten, is dat wetenschappers erachter zijn gekomen dat ze hun sprongen maken met een systeem van mechanische tandwielen en dat hebben ze in de natuur nergens anders gevonden. Lees hier een artikel in het Smithsonian magazine. Wacht, ik zal een video plaatsen:

Tandrad in cicade

Kijk, en dan wordt zo’n onooglijk beestje toch ineens wel héél cool om in je achtertuin als gast te hebben, nietwaar?

Een zeer aantrekkelijk en opvallend kevertje is het Elzenhaantje. Ik trof hem aan op een klimroos:

Elzenhaantje - Alder leaf beetle
Elzenhaantje

Naar deze kever hoefde ik niet lang te zoeken voordat ik hem kon identificeren. Hij komt veel voor en verschilt genoegt van andere kevers om redelijk snel te weten welk beestje ik nu precies gezien had. Wat ik echter wél leerde, is hoe moeilijk het kan zinj om een beestje achteraf te determineren. In mijn geheugen was dit kevertje toch zeker wel een centimeter groot. Maar bij het opzoeken bleek het maar 6 tot 7 millimeter groot te zijn geweest en alternatieven van 10-11mm waren er niet, dus blijkbaar heb ik hem in gedachten – wellicht door het uitvergroot fotograferen – een beetje opgeblazen. Misschien dat ik aan mijn methode van “nu fotograferen en later determineren” het “ter plekke determineren” kan toevoegen.

Zoals ik al zei, zijn de meeste hits op zoekmachines vaak verdelgingssites voor ongedierte. Wat is ongedierte? Eigenlijk bestaat het helemaal niet en zijn het beestjes die wij niet graag zien. Ik denk dat de vlieg op een gedeelde nummer 1 staat. We vinden hen – en hun baby’s, de maden – smerig. En we denken vooral ook dat vliegen altijd op stront zitten en stront eten en dat vinden we een smerig idee. In werkelijkheid eten veel vliegen nectar en zijn het onder andere de vliegen die onze wereld schoon houden. Het volgende beestje is een zo’n schoonmaker; de dambordvlieg. Je ziet zo waarom hij zo heet:

Dambordvlieg - common flesh fly
Dambordvlieg

Op bovenstaande foto kun je het niet heel goed zien, maar op de foto die ik vorig jaar in mijn keuken maakte, kun je zien dat het patroon op zijn rug echt een dambordpatroon is. Als het licht er goed op valt, is het net een paarlemoeren schaakspel. ‘t Is dan wel een ‘vieze’ vlieg, maar eigenlijk is dit toch prachtig om te zien?!

Dambordvlieg op de keukenmuur

De dambordvlieg is een Europese vlieg die leeft van dood vlees en maar 5 tot 7 dagen als vlieg door het leven gaat voordat hij sterft. Hij heeft dus maar een kleine week de tijd om verliefd te worden en zich voort te planten. Zijn voer bestaat uit dood materiaal. Dat maakt hem een fijne opruimer voor onze natuur. Dat het geen aasvlieg is, maar een vleesvlieg, komt doordat hij soms eitjes legt in open wonden van levende dieren. Da’s dan weer wel een naar idee.

Leuk om te naar te kijken, zijn springspinnetjes. Je ziet ze in deze tijd van het jaar overal. Ze zijn watervlug en op hun hoede, maar erg schuw zijn ze niet. Deze kwam op mijn hand zitten en bleef keurig voor de foto op tafel zitten:

Springspin - jumping spider
Springspin, Schorsmarpissa

Tot nu toe heb ik bovenstaande beestjes kunnen identificeren. Maar er zijn ook best vaak beestjes die ik met veel zoekwerk niet met zekerheid kan achterhalen. Zo zag ik gisteren een ontzettend mooi, klein, pikzwart vliegje dat opviel door zijn of haar gigantisch grote, oranje ogen en goudoranje glinsterende vleugels. Geen idee wat het is, maar ik heb hulp gevraagd op waarneming.nl, dus ik hoop binnenkort toch een naam te hebben.

2020-06-07_08-34-31
Onbekende vlieg – weet jij wat het is? Laat het dan weten in de comments hieronder.

[Nog terwijl ik dit artikel tikte, kwam er hulp op het forum van waarneming.nl. Het lijkt erop dat mijn zwarte vliegje een breedvoetvlieg is. Welke soort is nog even uitzoeken…eventuele info is nog steeds welkom!]

Vliegen zijn best lastig. Er zijn er zó vreselijk veel van. Wist je bijvoorbeeld dat veel “hommels” geen hommels, maar zweefvliegen zijn? Dat laat ik je in een latere post wel zien. Maar gisteren had ik wéér een vliegje te pakken waarvan ik geen idee heb wat het is. Ik vrees dat ik deze ook even ‘in de groep’ moet gooien…

What type of fly is this? If you know, please, add a comment.
Onbekende vlieg – weet jij wat het is? Laat het dan weten in de comments hieronder.

En als laatste ontdekking van dit blogbericht, een bolletje dat ik aantrof op het blad van een geranium. Het zit erop vastgeplakt en lijkt op een eicocon van een spin. Maar of het dat is, weet ik niet. Spinnenmoeders dragen die in de regel bij zich of zetten het vast in een web. Ik houd ‘m in de gaten en hoop er gauw achter te komen wat het is. Het zit namelijk dichtbij een voederplek voor de vogels. Het kan dus nog vanalles zijn. Maar als jij een idee hebt, laat het me vooral weten.

Is this a spider egg sack? Check out the next photo too. If you know, please comment.
Onbekend opgeplakt object. Weet jij wat het is, laat het me dan weten in de comments hieronder.

En natuurdagboek bijhouden, kan een hoop werk zijn. Dat weerhoudt mensen er wel eens van om er aan te beginnen. Ik hoop dat ik met mijn lange blogpost geen indruk van een onhaalbare kaart heb gewekt, want je kunt het ook heel anders aanpakken. Als je niet al teveel tijd hebt en toch iets meer van het leven in je tuin wil ontdekken, zou je kunnen beginnen met het vastleggen en identificeren van één beestje per week. Het is niet alleen heel erg ontspannend om op die manier “op jacht” te gaan in je eigen tuin, maar zelfs als je iets over één beestje leert, ontdek je een heleboel meer. Het gaat er niet om wie de meeste beestjes vindt, wie ze met de minste fouten kan determineren of wie er de mooiste foto’s van maakt. Uiteindelijk gaat het erom dat we ons weer een beetje gaan herinneren dat wij een onderdeel zijn van dezelfde natuur als waarvan de beestjes in jouw tuin onderdeel van zijn. We vormen met z’n allen een enorm web van leven. Wie daar een glimp van opvangt, ziet hoe wonderlijk en waardevol het leven is…iets wat we in het jachtige bestaan van alledag wel eens vergeten.